DE FATALE WOORDEN
Ze spreekt de fatale woorden uit. Daar kan ze niets aan doen, ik had haar niet gezegd wat de fatale woorden zijn. Zoals ik ook niet verteld heb dat: ik geen kinderen wil en ook niet wil proberen een vader voor de hare te zijn; wel seks wil maar niet per se hoef te neuken, want dat vind ik vooral heel bevestigend maar doorgaans niet het meest bevredigend; ik niet van plan ben welke slechte gewoonte dan ook af te leren, maar wel desgewenst gedichten voor haar zal schrijven en plaatjes voor haar zal draaien; liever thuis eet dan in een chic restaurant; vanaf het voeteneinde gezien links op het bed wil liggen, en zo nog honderd dingetjes (nooit de kranten uit elkaar halen!) die mij bij frequent gebruik knap lastig kunnen maken.
Ik heb het daar allemaal niet over gehad, want hoe gaat dat? Je brengt wat tijd aangenaam met elkaar door, je belandt in elkaars armen, mijn hand op haar buik, mijn vingertoppen over haar rug. Je zoekt eens een borst op, je constateert dat je lekker met elkaar kunt zoenen, het is wel goed zo. Dan begin je niet over de chaos in je verzekeringspakket en je weerzin tegen douchen in het weekend.
Niet alleen omdat ze geklaagd had over een meneer die op haar pad was gekomen en die ze wel leuk had gevonden maar die vervolgens niets meer van zich had laten horen en zelfs tamelijk onbereikbaar was geworden, begon ik haar liefdevol te stalken. Ik sms’te aandacht, ik voicemailde waardering en ik gsm’de dat het niet Niets was maar ook niet het grote Iets, en dat ik wel verlangde naar Meer. Het puberaal gedrag viel slecht te beteugelen.
Het was wel leuk zo een weekje parallel te leven aan de agenda van een begeerde schoonheid. Ze was aan het werk of onderweg naar het dierencrematorium. Ze zat te drinken met een vriendin of stond op het punt haar kinderen in de auto te laden. Ze reed over de Ceintuurbaan in Amsterdam of ze kwam net van de huisarts.
Ik meende dat mijn non-attente voorganger behalve heel beheerst ook heel slim moest zijn geweest. Hij had gewoon vlot begrepen dat de aandacht die hij haar wilde geven nooit in voldoende mate met aandacht geretourneerd zou worden. Hij had zichzelf, in een bovenmenselijke controle over zijn levenslot, leed bespaard.
Nu ben ik niet zo’n aandachtsjunk, ik word zelfs liever met rust gelaten. Opgekropte emoties zaten mij simpelweg in de weg. Ik schreef een liedjestekst, want ze speelde piano. Ik kocht een cadeautje, een boek natuurlijk, dat zowel filosofisch als erotisch was. En ook dagdroomde ik van meer hoofdstukken in ‘ons’ boek.
Zij vond mijn dekentje net warm genoeg om lekker te zijn, maar haar reacties kregen een obligaat karakter. De sms-dialoogjes hadden een moeizaam karakter, uiteindelijk kwam ze met een bericht waarop ik geen weerwoord had en dan moest ik wel bellen, wat mij slecht beviel, omdat ik mezelf snel vervelend vond, opdringerig, zeurderig. Dit was nou wat je een onafhankelijke vrouw mocht noemen. Daar had ik wel eens naar verlangd, maar het bleek in de praktijk een hele klus. Er zat niets anders op dan een directere benadering en toen zei ze het dus, die fatale woorden, dat zinnetje, het voorstel dat een eind maakte aan alle illusies.
‘Misschien moeten we niet meer dan goede vrienden zijn.’